Amsterdamse gein: Zolderkamertje

Hieronder de derde bijdrage van Clous van Mechelen (1941), actief muzikant en componist en bekend creatief  in de Amsterdamse reclamewereld  (0.a. Big City met Tol Hansse, Sjef van Oekel, Grolsch). Zie ook: www.clousvanmechelen.nl

Op een zolderkamer aan de Willemsparkweg leek het wel of er a: werd verbouwd, b: een beton-molen stond te dreunen of c: werd gevochten. Een verdiepinkje lager zitten pa en ma. Wat draait Hansje nou toch voor muziek op z’n kamertje, vraagt Herman aan z’n vrouw Chantal. Je hebt net twee grote fouten in één zin gemaakt, zegt Chantal, hij draait namelijk niet en het is geen muziek.

Die herrie komt uit z’n apple-pad die op een docking-bay met laser speakers van twee maal honderd watt staat en als ik goed geluisterd heb is ’t een totaal overspannen Amerikaan die ritmisch tekstfragmenten produceert met begeleiding van een atoomwapen, en die zich helaas genoodzaakt ziet zich op die manier  in z’n onderhoud te moeten voorzien. Ik heb geprobeerd de man te verstaan maar durf niet te herhalen waar het overgaat omdat je dan waarschijnlijk denkt dat er iets totaal mis is met mij. Moeten we ons daarmee bemoeien Chantal, vraagt Herman. Nou ja, misschien moeten we eens proberen hem mee te krijgen naar een musical, naar ballet, een jazz – of klassiek concert, antwoord Chantal met een gezicht wat net zo hopeloos staat als van iemand die zonder lucifers water tot ontbranding  wil brengen. Ik had vroeger  muziekles op school, zegt Herman, van mijn smaak is ook niet veel terecht gekomen maar ik begreep tenminste dat er een ruime keuze was aan muzieksoorten en muziekinstrumenten waar d’r zelfs een paar van waren waar geen stopcontact voor nodig was. De muziekleraar was heel duidelijk over smaak. Die zei altijd, de muziek die je ouders mooi vinden kan je gerust links laten liggen want elke generatie maakt zijn eigen keuze maar absoluut niet dezelfde . Nou ja, zegt Chantal, als er een generatie tussen zit is Hansje dan niet aan de klassieke beurt. Van jou hoort ie af en toe een stukje jazz en ik wil nog wel eens, weliswaar met een rood wijntje naar een Franse zanger luisteren. Om half zeven zitten ze alle drie aan tafel voor ’t avondeten. Hansje is gelukkig wel altijd gezellig en praat honderd uit maar wel erg hard. Het lijkt wel of hij z’n docking-bay met laser speakers wil overtreffen. Nadat ze het voorafgaande in huiselijke kring hebben besproken wil Hansje wonder boven wonder wel eens naar het Concertgebouw. Kon je daar vroeger niet onderdoor fietsen, vraagt Hansje. Nee, zegt paps dat was het het Rijks spatie Museum . Eén voorwaarde had Hansje wel gesteld, Noortje, zijn vriendinnetje moest mee. Na allemaal gedoe van uitzoeken wanneer, hoe laat en wat moet je eigenlijk aan in zo’n gebouw was het uiteindelijk gelukt : de familie plus Noortje naar het Concertgebouw op een zaterdagmiddag.

’s Avonds belde de moeder van Noortje op om hartelijk te bedanken. Vond ze het mooi, vroeg Chantal. Nou ja mooi, ze kende al die wijsjes al want mijn man heeft zo’n Cd’tje van het Kruidvat.

Clous van Mechelen